De vliegkampschepen van de Gerald R. Ford klasse zullen vanaf 2015 de huidige vliegkampschepen de USS Enterprise en de schepen van de Nimitz klasse vervangen. Al gaat dat geleidelijk; in 2015 zal het oudste nog varende Amerikaanse marineschip, de USS Enterprise uit 1961(!), als eerste worden vervangen. Het laatste schip van de Ford klasse zal pas rond 2058 in dienst worden gesteld!
Artist impression van CVN 78 Gerald R. Ford
Reusachtig
De eerder genoemde langdurige vervanging van eerdere schepen typeert het gigantische project. Dat heeft natuurlijk alles te maken met het aantal schepen: er zullen 10 van deze nieuwe carriers worden gebouwd. Met een lengte van 333 meter en 100.000 ton waterverplaatsing zijn ze gelijk aan de schepen van de Nimitz klasse, dus nog altijd onvoorstelbaar reusachtig. Ook het aantal bemanningsleden is enorm, op één vliegkampschip werken 4.660 personen (inclusief boordvliegtuigploeg); de helft van het totale personeelsbestand van de Koninklijke Marine. Dan is er natuurlijk ook nog het aantal vliegtuigen. Dat zal waarschijnlijk weer op maximaal per schip 90 liggen. Bedenk dat de Koninklijke Luchtmacht in totaal 72 F-16's heeft, en de US Navy 10 van deze schepen. Kosten: 8 miljard dollar per stuk. Net iets minder dan de totale Nederlandse defensie begroting.
Project CVN-21
In 2003 werd het contract voor de bouw ondertekend. De scheepswerf Northrop Grumman Newport News in Virginia zal de eerste schepen gaan bouwen en op 14 november 2009 werd de kiel van het eerste schip gelegd. Daarmee heeft het project CVN-21 echt vorm gekregen, het eerste nieuwe Amerikaanse ontwerp van vliegkampschepen in 40 jaar. Al in 1994 werd het eerste onderzoek gedaan naar de mogelijkheden en wensen voor een nieuwe klasse vliegkampschepen. In het uiteindelijke eisenpakket van de US Navy stond dat onderhoud en inzet van de schepen goedkoper moest, deels door minder bemanningsleden en meer gebruik van bestaande producten/ methodes uit de burger scheepvaart. Verder moet het schip nucleair worden voortgestuwd en de reactor moet drie keer meer elektriciteit leveren vergeleken met die van een Nimitz klasse carrier (rekeninghoudend met meer apparatuur en toekomstige wapensystemen). De afmetingen moeten vergelijkbaar zijn met die van de voorganger. Ook moeten de schepen waarschijnlijke toekomstige wapensystemen kunnen overleven en meer stealtheigenschappen hebben. Met een verwachte levensduur van 50 jaar vond men het uiteraard ook belangrijk dat de schepen aangepast zouden kunnen worden als dat in de toekomst nodig blijkt te zijn. Op het operationele vlak was de eis dat er meer sorties per dag gevlogen moeten kunnen worden, met hetzelfde aantal vliegtuigen: van 140 naar 160 per dag.
De schepen zelf
Het uiterlijk lijkt misschien wel op dat van de Nimitz klasse vliegkampschepen, maar er is heel veel veranderd. Zo is het eiland van het vliegkampschip verder naar achteren geplaatst. De overweging is lastig, want voor de navigatie van het schip is het prettiger als hij voor op het schip staat, voor de vliegoperaties liever achterop. De Britten hebben in hun nieuwe ontwerp de eilanden gesplitst, maar de VS kiezen voor een eiland achterop.
Ook op het vliegdek zelf is het één en ander gewijzigd. De stoomkatapult waarmee al decennia vliegtuigen worden weggeschoten moet vervangen worden. De katapults zijn groot, "dom", werken op stoom (en dus gaat veel energie naar het zoet maken van zout water) en zijn niet sterk genoeg voor mogelijke toekomstige vliegtuigen. Daarom is de US Navy begonnen met het project Electromagnetic Aircraft Launch System (EMALS). Dit is een elektromagnetische katapult; lichter, krachtiger en "intelligent". Helaas blijkt het lastiger dan gedacht en is het systeem nog lang niet operationeel. Ook de vliegtuigliften worden gewijzigd. Het aantal gaat terug van vier naar drie, de drie krijgen wel meer capaciteit. De vierde lift (bij Nimitz de voorste lift) wordt in de praktijk zelden gebruikt.
Een vliegkampschip is echter veel meer dan alleen een vliegdek. Een groot deel van de bemanningsleden komt zelden of nooit op het vliegdek. De werkruimtes benedendeks zijn volledig opnieuw ingericht. Ze zijn bovendien veel flexibeler en kunnen aangepast worden aan de eisen van de operatie. Verder zullen de vliegkampschepen weer net een stad zijn, als eerdere schepen. Een oud opvarende schrijft: "Er zijn winkels aan boord, waar je ongeveer alles kunt kopen. Er zijn kapsalons, een ziekenhuis, fitness centra, theaters, fast food restaurants voor je hamburgers, maar ook gewone (gratis) restaurants, een postkantoor, radio en televisie studio, een krant en kerk. Zelfs een vliegveld!" Nagenoeg alle functionaliteiten vind je ook op andere marineschepen, maar dan veel kleiner en beperkter. Naar verwachting zal de bemanning meer ruimte krijgen. Het aantal bemanningsleden ligt namelijk lager dankzij de modernisering van systemen. De nieuwe klasse kan het met 500 tot 900 man minder.
Sensoren en wapensystemen
De schepen hebben een Dual Band Radar (DBR), ontwikkeld voor de DDG 1000 Zumwalt klasse destroyers. De DBR combineert de Raytheon AN/SPY-3 Multi-Function Radar, met S-Band luchtwaarschuwingsradar-functionaliteiten in één radarsysteem met zes vaste radarplaten. De AN/SPY-3 radar is een active phased-array radar (zoals bijvoorbeeld de Nederlandse APAR) en kan zeer diverse inkomende doelen opsporen, plus als doelaanwijsradar voor wapensystemen fungeren.
RIM-116 Rolling Airframe Missile (Foto: US Navy)
De wapensystemen van de Ford-klasse zijn wel bekend en beproefd: de Evolved Seasparrow Missile (ESSM), die ook op de Nederlandse LCF'en staan zorgen voor het uitschakelen van inkomende doelen op afstand. Dichterbij komt het Rolling Airframe Missile (RAM) systeem in actie, zoals dat op bijvoorbeeld Duitse schepen te zien is. Tot slot zijn er meerdere Phalanx CIWS gepland. Overigens is er ruimte om in de toekomst laserwapens of elektromagnetische railguns toe te voegen; de bouwers houden rekening met toekomstige wapensystemen die veel elektriciteit vragen. In de huidige configuratie heeft het schip slechts de helft van de elektriciteit nodig die de kernreactor kan leveren. De schepen zelf zijn dus zwaarder bewapend dan een gemiddeld korvet.
Air wing
Maximaal kan een schip van de Ford klasse ongeveer 90 vliegtuigen hebben, maar
in de praktijk zijn er vaak veel minder vliegtuigen en heli's aan boord. Meestal rond de 65. De airwing zal bestaan uit de F-35C Lightning II (ofwel JSF), F/A-18E/F Super Hornet, E-2D Advanced Hawkeye, EA-18G, MH-60R/S helikopters en onbemande vliegtuigen.
Gerald R. Ford Supercarrier.
Afbeeldingen
Hr.Ms. Van Galen escorteerde een aantal jaar geleden een Amerikaanse aircraft carrier door de Straat van Hormuz. Onderweg kon het M-fregat dichterbij komen om te tanken. Dan is pas echt te zien hoe reusachtig deze schepen zijn.
Een Hornet wordt gelanceerd met de stoomkatapult. Deze katapult zal vervangen worden, maar het vliegdek blijft spectaculair. (Foto US Navy)
Nummer
Naam
In dienst
CVN-78
Gerald R. Ford
2015
CVN-79
John F. Kennedy
2018
CVN-80
Onbekend
2021
CVN-81
Onbekend
Onbekend
CVN-82
Onbekend
Onbekend
CVN-83
Onbekend
Onbekend
CVN-84
Onbekend
Onbekend
CVN-85
Onbekend
Onbekend
CVN-86
Onbekend
Onbekend
CVN-87
Onbekend
rond 2058
Afmetingen
332,8 x 76,8 x 7,8
Max. waterverplaatsing
100.000 ton
Max. snelheid
30+ knopen
Bemanning
4.660
Voortstuwing
2x A1B nuclear reactors
Wapensystemen
Evolved Sea Sparrow Missile
RIM-116 Rolling Airframe Missile
Phalanx CIWS
Sensoren
Dual Band Radar
joint precision approach and landing system (JPALS)
Air wing
Max 90 vliegtuigen en heli's
F-35C joint strike fighter
F/A-18E/F Super Hornet
E-2D Advanced Hawkeye radarvliegtuigen
EA-18G helikopter
MH-60R/S helikopter
UAV en UACV (onbemande vliegtuigen)