Arleigh Burke klasse torpedobootjagers (VS)

Bookmark and Share
Laatst aangepast: 16-01-2012

De torpedobootjagers van de Arleigh Burke klasse behoren tot het grootste scheepsbouw project van de Amerikaanse marine. Het project gaat minimaal 75 schepen beslaan, waarvan de laatste rond 2045 in dienst zal komen; dan is ruim 50 jaar gebouwd aan één scheepsklasse.
Oorspronkelijk was het niet de bedoeling dat de klasse zo duizelingwekkend groot zou zijn. Maar toen de Ticonderoga kruisers erg duur bleken te zijn en de Zumwalt destroyers (die de Burkes vanaf 2020 zouden gaan vervangen) onbetaalbaar bleken, werd besloten om in ruil voor die schepen extra Burkes te bouwen. Ongetwijfeld hebben de positieve ervaringen van de destroyers een grote rol gespeeld.


USS Winston S. Churchill (foto: US Navy)

De Arleigh Burke klasse is gebouwd rond het AEGIS systeem en de SPY-1 radar. De schepen zijn zwaar bewapend en zijn multifunctioneel inzetbaar tegen zowel schepen als onderzeeboten. De belangrijkste taken voor de schepen in oorlogstijd zijn echter het lanceren van Tomahawk kruisvluchtwapens en het verdedigen tegen luchtdoelen, waaronder ballistische raketten. Zeker dat laatste heeft de afgelopen decennia meer aandacht gekregen door de dreiging van dit wapen tegen Amerika (en Europa) zelf en tegen vliegkampschepen. Zo heeft China met de Dong Feng-21D een ballistische raket ontwikkeld speciaal bedoeld tegen vliegkampschepen. De Burkes moeten -als het aan de US Navy ligt- een dergelijke aanval kunnen afslaan.

"You have to serve on a destroyer if you really want to know what the Navy is about." Zo luidt al jaren het devies binnen de US Navy. Dankzij deze klasse zal dat zeker nog even zo blijven.

De schepen kosten ongeveer een miljard dollar per stuk.



Bouw
Het is haast niet te bevatten, maar rond 2075, als het laatste schip van de klasse uit dienst wordt gesteld, zou zomaar een e-book kunnen verschijnen getiteld "100 jaar Arleigh Burke klasse".
Toen in de jaren '60 de Verenigde Staten uitgingen van een totale oorlog ter zee met de Soviet Unie bereidden ze hun nieuwe ontwerpen met die gedachten voor. Van de Russen was bekend dat ze zogenaamde saturation attacks als belangrijk onderdeel van hun tactiek zagen (net als China nu). Deze massale aanvallen met raketten op NAVO schepen zou de verdediging overweldigen. Zowel de sensoren als de wapensystemen van westerse schepen zouden binnen een paar minuten uitgeput zijn. De Amerikaanse marine ontwierp daarop het AEGIS combat system, vernoemd naar het schild van de Griekse oppergod Zeus.
AEGIS is het Amerikaanse datahandling systeem voor vooral luchtverdediging dat computers, radars en raketten samen laat smelten voor een verdediging rond het eigen schip of rond een eskader. Het systeem ontdekt automatisch vele doelen en coördineert diverse wapensystemen. In 2001 was het systeem in staat om meer dan 100 doelen tegelijk te volgen.
Bij de Nederlandse marine deed zon systeem in de jaren '70 zijn intrede en rond 2002 was de software zover ontwikkeld dat het LCF meer dan 1000 doelen kon volgen.

In 1973 was het eerste AEGIS systeem gereed voor tests op het oude marineschip USS Norton Sound. De tests waren succesvol en zowel de Spruance als de Ticonderoga klasse kregen AEGIS aan boord, maar de kosten liepen wel op. Dat was het moment dat de Burkes voor het eerst op de tekentafels verschenen; het zouden kleinere en goedkopere versies worden van de kruisers en bovendien volledig ontworpen rond AEGIS en de bijbehorende SPY-1 radar.

Halverwege de jaren '80 kon de bouw van de nieuwe -revolutionaire klasse- beginnen. Twee scheepswerven nemen de totale klasse voor hun rekening: Litton Ingalls Shipbuilding (nu Northrop Grumman Ship Systems) en Bath Iron Works.

Op 4 juli 1991 werd het eerste schip van de klasse -in de aanwezigheid van de oude zeeheld uit de Tweede Wereldoorlog Arleigh Burke himself- in dienst gesteld.


USS Wayne E. Meyer ploegt door de golven (foto: US Navy)

Ontwerp
Alle 75 schepen zullen tot dezelfde klasse behoren, toch zal ieder schip anders zijn. Voor 95% zijn ze hetzelfde, maar op ieder schip is wel weer een kleine verbetering doorgevoerd. Dat is het voordeel van zo een immens bouwprogramma; de lessen uit de praktijk kunnen worden toegepast op de schepen die nog op de tekentafel liggen.

Ondanks alle verschillen kunnen we wel kort stil staan bij het ontwerp van al deze AEGIS destroyers. Op deze schepen is niets in een hoek van 90 graden en recht, maar alles schuin, scheef en soms zelfs krom. Zelfs de reling is hoekig. Dat heeft te maken met stealth: de radarsignalen ketsen niet terug richting een vijandelijke radar, maar het water in of omhoog richting een leeg luchtruim. De fraaie lijn van de boeg die schuin omhoog loopt levert binnen in het schip juist krommingen op die je overal terugziet. Deze klasse was de eerste binnen de Amerikaanse marine waarin stealth zo ver is doorgevoerd.

Een ander opvallend punt in het ontwerp is dat dit de eerste Amerikaanse schepen zijn van staal sinds de Tweede Wereldoorlog. In de jaren daarvoor werd veel gebruik gemaakt van aluminium, maar in het verleden (aanvaring van USS Belknap en Falkland Oorlog) bleek dat aluminium bij brand snel smelt. Alleen de schoorstenen en masten zijn nog van aluminium.
Het staal zorgt ook voor betere bescherming bij ontploffingen of als er kogels worden afgevuurd op de schepen. 130 ton kogelwerend kevlar zorgt voor wat extra bescherming van ruimtes als de machinekamer en de brug.

Om de veiligheid nog verder te vergroten is een groot deel van iedere destroyer bovendien uitgerust met sprinklers.

De commandocentrale (Combat Information Center, CIC) bevindt zich midden in het schip en wordt aan weerszijden "beschermd" door gangen. De onderzeebootbestrijdingscentrale is wat verder vooruit geplaatst.

Behalve kleine verschillen, zijn er ook grotere zoals afwijkende scheepslengte, één of twee hangars, etc. Om toch overzicht te behouden is de klasse als volgt opgedeeld:
Flight I (DDG 51-71)
Flight II (DDG 72-78): verbeterde Spy radar, betere ECM en communicatie.
Flight IIA (DDG-79-112): langer ivm andere heli's, betere sonar, hangar.
Flight III (vanaf DDG-113): nieuwe radar.

Flight IV: geen details.

Toen de eerste van deze klasse in 1991 in dienst kwam, was het ontwerp op vele punten revolutionair. Eén van de verschillen (zeker ten opzichte van eerdere Amerikaanse marineschepen) was de lengte-breedte verhouding. Waar schepen zoals die van de Ticonderoga klasse en de OH Perry klasse ongeveer tien maal langer zijn dan hun breedte (resp. 10,3 en 9,7 keer), zijn de Arleigh Burkes juist breder gemaakt. De ontwerpers kozen voor extra stabiliteit, in ruil voor minder snelheid. De Burkes zijn 7,7 keer langer dan hun breedte.


De fraaie kromming van de klasse is hier duidelijk te zien (foto: US Navy)

Sensoren en wapensystemen
De belangrijkste sensor van de klasse is de AN/SPY-1D(V) radar. Deze radar die stamt uit begin jaren '70 is een essentieel onderdeel van het AEGIS systeem. Het bereik van de radar is geheim, maar gelet op de mogelijkheid om behalve vliegtuigen ook ballistische raketten te kunnen waarnemen zal het bereik aanzienlijk zijn. De Flight III schepen zullen een nieuwe, geavanceerde radar krijgen; Air and Missile Defense Radar (AMDR). Deze radar zal meer technieken hebben die ook in de Nederlandse APAR verwerkt zijn.

Behalve de luchtbeeldradar hebben de schepen ook diverse zeebeeldradars. Om het onderwater beeld in kaart te brengen hebben de schepen de AN/SQS-53C actieve/ passieve rompsonar. Verder hebben zij een gesleepte sonar om stilletjes luidruchtige onderzeeboten op te sporen: AN/SQR-19 Tactical Towed Array SONAR (TACTAS). Natuurlijk speelt de boordhelikopter een belangrijke rol tijdens de Anti Submarine Warfare (ASW). De eerste 28 schepen (Flight I en II) hebben wel een helidek maar geen hangar, waardoor zij geen vaste helikopter aan boord kunnen hebben.


USS Hopper lanceert een SM-3 om een ballistische raket neer te halen.

Op gebied van wapensystemen zijn er veel verschillen binnen de klasse en zelfs binnen de Flights.
Wat ze allemaal gemeen hebben is de grote hoeveelheid lanceercellen; de aantallen varieren van 90 (Flight I) tot 94 (Flight IIA) cellen met ruimte voor 1 Tomahawk, 1 Standard Missile, 1 VL-ASROC, of 4 ESSM's per cel. (Ter vergelijking, de Nederlandse LCF'en hebben 40 cellen, de Zuid-Koreaanse Sejongdaewang klasse hebben er echter 128!) De lanceercellen zijn gesitueerd in zowel het voorste deel van het schip en vlak achter de opbouw.

De meest gebruikte wapens van deze schepen zijn ongetwijfeld de Tomahawk Land Attack Missiles (TLAM). Zo vuurden in 1998 USS Stout en USS Fitzgerald 300 TLAM's op Irak afgevuurd. Maar ook later hebben schepen van de Arleigh Burke klasse deze wapens afgevuurd. In 2011 vuurden USS Barry en USS Stout deze kruisvluchtwapens op Libische doelen. Met een bereik van zo'n 1.700 kilometer is dit een perfect wapen om op lange afstand heel gericht doelen uit te schakelen dankzij o.a. de GPS, zonder zelf in een gevaarlijk gebied te komen. Een TLAM kost ongeveer 1,5 miljoen dollar.

Een ander belangrijk wapen heeft een meer defensief karakter. Dat is de (bekende) Standard Missile, de raket tegen luchtdoelen. De Burkes hebben veel verschillende SM's in gebruik, afhankelijk van de Flight. De SM-2MR is de bekendste en is meestal te vinden aan boord van de destroyers. Er zijn echter ook schepen met de SM-3 raket, die speciaal is ontwikkeld om ballistische raketten neer te halen. Sinds 2011 is ook de SM-6 ofwel de Standard Extended Range Active Missile (ERAM) aan de vloot toegevoegd. Deze raket heeft een actieve radar en heeft een bereik van 240 km, waardoor het ook op zeer grote afstand raketten en vliegtuigen kan vernietigen.

De schepen hebben verder een heel compleet wapenpakket met een kanon en torpedo's. Een aantal heeft Harpoon SSM's, al zijn die op andere schepen weer niet aanwezig. Hetzelfde geldt voor ESSM raketten tegen luchtdoelen op iets kortere afstand. Natuurlijk hebben alle Burkes de bekende Phalanx 20mm CIWS; het laatste redmiddel tegen inkomende vliegtuigen, raketten en bootjes.


Zoals gebruikelijk is op marineschepen, worden ook de Amerikaanse destroyers met een stuurtje bestuurd door een roerganger met de rang van matroos (Seaman). (foto: US Navy)



Inzet
Bij ongeveer ieder coflict sinds begin jaren '90 waren er Arleigh Burkes van de partij. Dat varieerde van aanvallen op Irak tot Libië. Maar ook hebben zij hun steentje bijgedragen aan bestrijding van piraterij in de Golf van Aden, drugsbestrijding en hebben vele andere maritieme taken verricht. Zo wist USS Kidd op 5 januari 2012 13 Iraniërs te bevrijden uit handen van Somalische piraten.

Destroyers van de Arleigh Burke klasse zijn ook doelwit geweest. Op 3 januari probeerde Al Qaida een aanslag te plegen op USS The Sullivans toen het in de Jemenitische havenstad Aden lag. De aanval mislukte echter nog voordat de Amerikanen dit doorhadden.
Op donderdag 12 oktober 2000 lag USS Cole in de haven van Aden toen een bootje volgeladen met explosieven naar de destroyer voer. De boot werd bestuurd door zelfmoordterroristen van Al Qaida en explodeerde naast de destroyer. 17 bemanningsleden kwamen om het leven, het schip moest voor miljoenen dollars gerepareerd worden.

De Arleigh Burke destroyers voeren dezelfde vlag als de vele filmstudios in de Verenigde Staten. Het is dan ook niet gek dat de schepen in meerdere films hebben "gespeeld". De meest recente zijn wel Transformers: Revenge of the Fallen (USS Kidd en USS Preble) en Battleship (USS John Paul Jones en USS Sampson).


Foto's en films


Overleg in de kajuit van USS Arleigh Burke (foto: US Navy)




USS Mitscher in de Atlantische Oceaan (foto: US Navy)




Hier zijn de cellen van de verticale lanceerinrichtingen goed te zien, zowel voor als achter de opbouw. (foto: US Navy)




Zie het staal en de klinknagels. (foto: US Navy)


USS Arleigh Burke tijdens de oefening Joint Warrior 2011.

Nummer Naam In dienst
Flight I
51 Arleigh Burke 1991
52 Barry 1992
53 John Paul Jones 1993
54 Curtis Wilbur 1994
55 Stout 1994
56 John S. McCain 1994
57 Mitscher 1994
58 Laboon 1995
59 Russell 1995
60 Paul Hamilton 1995
61 Ramage 1995
62 Fitzgerald 1995
63 Stethem 1995
64 Carney 1996
65 Benfold 1996
66 Gonzalez 1996
67 Cole 1996
68 The Sullivans 1997
69 Milius 1996
70 Hopper 1997
71 Ross 1997
Flight II
72 Mahan 1998
73 Decatur 1998
74 McFaul 1998
75 Donald Cook 1998
76 Higgins 1999
77 O'Kane 1999
78 Porter 1999
Flight IIA
79 Oscar Austin 2000
80 Roosevelt 2000
81 Winston S. Churchill 2001
82 Lassen 2001
83 Howard 2001
84 Bulkeley 2001
85 McCampbell 2002
86 Shoup 2002
87 Mason 2003
88 Preble 2002
89 Mustin 2003
90 Chafee 2003
91 Pinckney 2004
92 Momsen 2004
93 Chung-Hoon 2004
94 Nitze 2005
95 James E. Williams 2004
96 Bainbridge 2005
97 Halsey 2005
98 Forrest Sherman 2006
99 Farragut 2006
100 Kidd 2007
101 Gridley 2007
102 Sampson 2007
103 Truxtun 2009
104 Sterett 2008
105 Dewey 2010
106 Stockdale 2009
107 Gravely 2010
108 Wayne E. Meyer 2009
109 Jason Dunham 2010
110 William P. Lawrence 2011
111 Spruance/font> 2011
112 Michael Murphy 2012
Flight III
113 ? 1991
114 ? ?
115 ? ?
Flight IV
? ? ?
Afmetingen 153,9 (Flight I en II) 155,3 (Flight IIA e.v.) x 18 x 9,3
Max. waterverplaatsing 8.362 ton (Flight I)
8.776 ton (Flight II)
9.648 ton (Flight IIA e.v.)
Max. snelheid 30+ knopen
Bemanning 300 - 380
Voortstuwing 4x General Electric LM 2500-30 gasturbines
Wapensystemen (Varieert) 127 mm/54 Mk-45 Mod 1/2 (Flight I, II en nrs 79 t/m 80)
127 mm/62 Mk-45 mod 4 (vanaf nr 81)
Phalanx Close In Weapon System (t/m nr 84)
4x 12,7 mm machinegeweren
MK-38 25mm machinegeweren
Standard Missile (SM-2MR, SM-3, ERAM)
Evolved Sea Sparrow Missile (ESSM) (vanaf Flight IIA)
Boeing Harpoon (Flight I en II)
Raytheon Tomahawk
Vertical Launch ASROC
MK-46 of MK-50 torpedo's
Sensoren SPY-1D 3D luchtbeeldradar
SPG-62 vuurleidingsradars
SPS-64(V) navigatieradar
SPS-67(V)3 zeebeeldradar
SPS-73(V) zeebeeldradar
Kollmorgen Mk 46 Mod 1 Electro-Optical Director
SQS-53C rompsonar
SQR-19B gesleepte sonar (Flight I en II)
Helikopters 2x MH-60R Seahawk (vanaf Flight IIA, de eerdere schepen hebben alleen een helidek en geen hangar)



Menu
Nederlandse marineschepen
Marineschepen wereldwijd

Gerelateerde artikelen
Sejongdaewang klasse

Aanval op Libië
Lanceringen destroyers
Internationaal verband