De torpedobootjagers van de Arleigh Burke klasse behoren tot het grootste scheepsbouw project van de Amerikaanse marine. Het project gaat minimaal 75 schepen beslaan, waarvan de laatste rond 2045 in dienst zal komen; dan is ruim 50 jaar gebouwd aan één scheepsklasse.
Oorspronkelijk was het niet de bedoeling dat de klasse zo duizelingwekkend groot zou zijn. Maar toen de Ticonderoga kruisers erg duur bleken te zijn en de Zumwalt destroyers (die de Burkes vanaf 2020 zouden gaan vervangen) onbetaalbaar bleken, werd besloten om in ruil voor die schepen extra Burkes te bouwen. Ongetwijfeld hebben de positieve ervaringen van de destroyers een grote rol gespeeld.
USS Winston S. Churchill (foto: US Navy)
De Arleigh Burke klasse is gebouwd rond het AEGIS systeem en de SPY-1 radar. De schepen zijn zwaar bewapend en zijn multifunctioneel inzetbaar tegen zowel schepen als onderzeeboten. De belangrijkste taken voor de schepen in oorlogstijd zijn echter het lanceren van Tomahawk kruisvluchtwapens en het verdedigen tegen luchtdoelen, waaronder ballistische raketten. Zeker dat laatste heeft de afgelopen decennia meer aandacht gekregen door de dreiging van dit wapen tegen Amerika (en Europa) zelf en tegen vliegkampschepen. Zo heeft China met de Dong Feng-21D een ballistische raket ontwikkeld speciaal bedoeld tegen vliegkampschepen. De Burkes moeten -als het aan de US Navy ligt- een dergelijke aanval kunnen afslaan.
"You have to serve on a destroyer if you really want to know what the Navy is about." Zo luidt al jaren het devies binnen de US Navy. Dankzij deze klasse zal dat zeker nog even zo blijven.
De schepen kosten ongeveer een miljard dollar per stuk.
Bouw
Het is haast niet te bevatten, maar rond 2075, als het laatste schip van de klasse uit dienst wordt gesteld, zou zomaar een e-book kunnen verschijnen getiteld "100 jaar Arleigh Burke klasse".
Toen in de jaren '60 de Verenigde Staten uitgingen van een totale oorlog ter zee met de Soviet Unie bereidden ze hun nieuwe ontwerpen met die gedachten voor. Van de Russen was bekend dat ze zogenaamde saturation attacks als belangrijk onderdeel van hun tactiek zagen (net als China nu). Deze massale aanvallen met raketten op NAVO schepen zou de verdediging overweldigen. Zowel de sensoren als de wapensystemen van westerse schepen zouden binnen een paar minuten uitgeput zijn. De Amerikaanse marine ontwierp daarop het AEGIS combat system, vernoemd naar het schild van de Griekse oppergod Zeus.
AEGIS is het Amerikaanse datahandling systeem voor vooral luchtverdediging dat computers, radars en raketten samen laat smelten voor een verdediging rond het eigen schip of rond een eskader. Het systeem ontdekt automatisch vele doelen en coördineert diverse wapensystemen. In 2001 was het systeem in staat om meer dan 100 doelen tegelijk te volgen.
Bij de Nederlandse marine deed zon systeem in de jaren '70 zijn intrede en rond 2002 was de software zover ontwikkeld dat het LCF meer dan 1000 doelen kon volgen.
In 1973 was het eerste AEGIS systeem gereed voor tests op het oude marineschip USS Norton Sound. De tests waren succesvol en zowel de Spruance als de Ticonderoga klasse kregen AEGIS aan boord, maar de kosten liepen wel op. Dat was het moment dat de Burkes voor het eerst op de tekentafels verschenen; het zouden kleinere en goedkopere versies worden van de kruisers en bovendien volledig ontworpen rond AEGIS en de bijbehorende SPY-1 radar.
Halverwege de jaren '80 kon de bouw van de nieuwe -revolutionaire klasse- beginnen. Twee scheepswerven nemen de totale klasse voor hun rekening: Litton Ingalls Shipbuilding (nu Northrop Grumman Ship Systems) en Bath Iron Works.
Op 4 juli 1991 werd het eerste schip van de klasse -in de aanwezigheid van de oude zeeheld uit de Tweede Wereldoorlog Arleigh Burke himself- in dienst gesteld.
USS Wayne E. Meyer ploegt door de golven (foto: US Navy)
Ontwerp
Alle 75 schepen zullen tot dezelfde klasse behoren, toch zal ieder schip anders zijn. Voor 95% zijn ze hetzelfde, maar op ieder schip is wel weer een kleine verbetering doorgevoerd. Dat is het voordeel van zo een immens bouwprogramma; de lessen uit de praktijk kunnen worden toegepast op de schepen die nog op de tekentafel liggen.
Ondanks alle verschillen kunnen we wel kort stil staan bij het ontwerp van al deze AEGIS destroyers.
Op deze schepen is niets in een hoek van 90 graden en recht, maar alles schuin, scheef en soms zelfs krom. Zelfs de reling is hoekig. Dat heeft te maken met stealth: de radarsignalen ketsen niet terug richting een vijandelijke radar, maar het water in of omhoog richting een leeg luchtruim. De fraaie lijn van de boeg die schuin omhoog loopt levert binnen in het schip juist krommingen op die je overal terugziet. Deze klasse was de eerste binnen de Amerikaanse marine waarin stealth zo ver is doorgevoerd.
Een ander opvallend punt in het ontwerp is dat dit de eerste Amerikaanse schepen zijn van staal sinds de Tweede Wereldoorlog. In de jaren daarvoor werd veel gebruik gemaakt van aluminium, maar in het verleden (aanvaring van USS Belknap en Falkland Oorlog) bleek dat aluminium bij brand snel smelt. Alleen de schoorstenen en masten zijn nog van aluminium.
Het staal zorgt ook voor betere bescherming bij ontploffingen of als er kogels worden afgevuurd op de schepen. 130 ton kogelwerend kevlar zorgt voor wat extra bescherming van ruimtes als de machinekamer en de brug.
Om de veiligheid nog verder te vergroten is een groot deel van iedere destroyer bovendien uitgerust met sprinklers.
De commandocentrale (Combat Information Center, CIC) bevindt zich midden in het schip en wordt aan weerszijden "beschermd" door gangen. De onderzeebootbestrijdingscentrale is wat verder vooruit geplaatst.
Behalve kleine verschillen, zijn er ook grotere zoals afwijkende scheepslengte, één of twee hangars, etc. Om toch overzicht te behouden is de klasse als volgt opgedeeld:
Flight I (DDG 51-71)
Flight II (DDG 72-78): verbeterde Spy radar, betere ECM en communicatie.
Flight IIA (DDG-79-112): langer ivm andere heli's, betere sonar, hangar.
Flight III (vanaf DDG-113): nieuwe radar.
Flight IV: geen details.
Toen de eerste van deze klasse in 1991 in dienst kwam, was het ontwerp op vele punten revolutionair. Eén van de verschillen (zeker ten opzichte van eerdere Amerikaanse marineschepen) was de lengte-breedte verhouding. Waar schepen zoals die van de Ticonderoga klasse en de OH Perry klasse ongeveer tien maal langer zijn dan hun breedte (resp. 10,3 en 9,7 keer), zijn de Arleigh Burkes juist breder gemaakt. De ontwerpers kozen voor extra stabiliteit, in ruil voor minder snelheid. De Burkes zijn 7,7 keer langer dan hun breedte.
De fraaie kromming van de klasse is hier duidelijk te zien (foto: US Navy)
Sensoren en wapensystemen
De belangrijkste sensor van de klasse is de AN/SPY-1D(V) radar. Deze radar die stamt uit begin jaren '70 is een essentieel onderdeel van het AEGIS systeem. Het bereik van de radar is geheim, maar gelet op de mogelijkheid om behalve vliegtuigen ook ballistische raketten te kunnen waarnemen zal het bereik aanzienlijk zijn. De Flight III schepen zullen een nieuwe, geavanceerde radar krijgen; Air and Missile Defense Radar (AMDR). Deze radar zal meer technieken hebben die ook in de Nederlandse APAR verwerkt zijn.
Behalve de luchtbeeldradar hebben de schepen ook diverse zeebeeldradars. Om het onderwater beeld in kaart te brengen hebben de schepen de AN/SQS-53C actieve/ passieve rompsonar. Verder hebben zij een gesleepte sonar om stilletjes luidruchtige onderzeeboten op te sporen: AN/SQR-19 Tactical Towed Array SONAR (TACTAS). Natuurlijk speelt de boordhelikopter een belangrijke rol tijdens de Anti Submarine Warfare (ASW). De eerste 28 schepen (Flight I en II) hebben wel een helidek maar geen hangar, waardoor zij geen vaste helikopter aan boord kunnen hebben.
USS Hopper lanceert een SM-3 om een ballistische raket neer te halen.
Op gebied van wapensystemen zijn er veel verschillen binnen de klasse en zelfs binnen de Flights.
Wat ze allemaal gemeen hebben is de grote hoeveelheid lanceercellen; de aantallen varieren van 90 (Flight I) tot 94 (Flight IIA) cellen met ruimte voor 1 Tomahawk, 1 Standard Missile, 1 VL-ASROC, of 4 ESSM's per cel. (Ter vergelijking, de Nederlandse LCF'en hebben 40 cellen, de Zuid-Koreaanse Sejongdaewang klasse hebben er echter 128!) De lanceercellen zijn gesitueerd in zowel het voorste deel van het schip en vlak achter de opbouw.
De meest gebruikte wapens van deze schepen zijn ongetwijfeld de Tomahawk Land Attack Missiles (TLAM). Zo vuurden in 1998 USS Stout en USS Fitzgerald 300 TLAM's op Irak afgevuurd. Maar ook later hebben schepen van de Arleigh Burke klasse deze wapens afgevuurd. In 2011 vuurden USS Barry en USS Stout deze kruisvluchtwapens op Libische doelen. Met een bereik van zo'n 1.700 kilometer is dit een perfect wapen om op lange afstand heel gericht doelen uit te schakelen dankzij o.a. de GPS, zonder zelf in een gevaarlijk gebied te komen. Een TLAM kost ongeveer 1,5 miljoen dollar.
Een ander belangrijk wapen heeft een meer defensief karakter. Dat is de (bekende) Standard Missile, de raket tegen luchtdoelen. De Burkes hebben veel verschillende SM's in gebruik, afhankelijk van de Flight. De SM-2MR is de bekendste en is meestal te vinden aan boord van de destroyers. Er zijn echter ook schepen met de SM-3 raket, die speciaal is ontwikkeld om ballistische raketten neer te halen. Sinds 2011 is ook de SM-6 ofwel de Standard Extended Range Active Missile (ERAM) aan de vloot toegevoegd. Deze raket heeft een actieve radar en heeft een bereik van 240 km, waardoor het ook op zeer grote afstand raketten en vliegtuigen kan vernietigen.
De schepen hebben verder een heel compleet wapenpakket met een kanon en torpedo's. Een aantal heeft Harpoon SSM's, al zijn die op andere schepen weer niet aanwezig. Hetzelfde geldt voor ESSM raketten tegen luchtdoelen op iets kortere afstand. Natuurlijk hebben alle Burkes de bekende Phalanx 20mm CIWS; het laatste redmiddel tegen inkomende vliegtuigen, raketten en bootjes.
Zoals gebruikelijk is op marineschepen, worden ook de Amerikaanse destroyers met een stuurtje bestuurd door een roerganger met de rang van matroos (Seaman). (foto: US Navy)
Inzet
Bij ongeveer ieder coflict sinds begin jaren '90 waren er Arleigh Burkes van de partij. Dat varieerde van aanvallen op Irak tot Libië. Maar ook hebben zij hun steentje bijgedragen aan bestrijding van piraterij in de Golf van Aden, drugsbestrijding en hebben vele andere maritieme taken verricht. Zo wist USS Kidd op 5 januari 2012 13 Iraniërs te bevrijden uit handen van Somalische piraten.
Destroyers van de Arleigh Burke klasse zijn ook doelwit geweest. Op 3 januari probeerde Al Qaida een aanslag te plegen op USS The Sullivans toen het in de Jemenitische havenstad Aden lag. De aanval mislukte echter nog voordat de Amerikanen dit doorhadden. Op donderdag 12 oktober 2000 lag USS Cole in de haven van Aden toen een bootje volgeladen met explosieven naar de destroyer voer. De boot werd bestuurd door zelfmoordterroristen van Al Qaida en explodeerde naast de destroyer. 17 bemanningsleden kwamen om het leven, het schip moest voor miljoenen dollars gerepareerd worden.
De Arleigh Burke destroyers voeren dezelfde vlag als de vele filmstudios in de Verenigde Staten. Het is dan ook niet gek dat de schepen in meerdere films hebben "gespeeld". De meest recente zijn wel Transformers: Revenge of the Fallen (USS Kidd en USS Preble) en Battleship (USS John Paul Jones en USS Sampson).
Foto's en films
Overleg in de kajuit van USS Arleigh Burke (foto: US Navy)
USS Mitscher in de Atlantische Oceaan (foto: US Navy)
Hier zijn de cellen van de verticale lanceerinrichtingen goed te zien, zowel voor als achter de opbouw. (foto: US Navy)
Zie het staal en de klinknagels. (foto: US Navy)
USS Arleigh Burke tijdens de oefening Joint Warrior 2011.
Nummer
Naam
In dienst
Flight I
51
Arleigh Burke
1991
52
Barry
1992
53
John Paul Jones
1993
54
Curtis Wilbur
1994
55
Stout
1994
56
John S. McCain
1994
57
Mitscher
1994
58
Laboon
1995
59
Russell
1995
60
Paul Hamilton
1995
61
Ramage
1995
62
Fitzgerald
1995
63
Stethem
1995
64
Carney
1996
65
Benfold
1996
66
Gonzalez
1996
67
Cole
1996
68
The Sullivans
1997
69
Milius
1996
70
Hopper
1997
71
Ross
1997
Flight II
72
Mahan
1998
73
Decatur
1998
74
McFaul
1998
75
Donald Cook
1998
76
Higgins
1999
77
O'Kane
1999
78
Porter
1999
Flight IIA
79
Oscar Austin
2000
80
Roosevelt
2000
81
Winston S. Churchill
2001
82
Lassen
2001
83
Howard
2001
84
Bulkeley
2001
85
McCampbell
2002
86
Shoup
2002
87
Mason
2003
88
Preble
2002
89
Mustin
2003
90
Chafee
2003
91
Pinckney
2004
92
Momsen
2004
93
Chung-Hoon
2004
94
Nitze
2005
95
James E. Williams
2004
96
Bainbridge
2005
97
Halsey
2005
98
Forrest Sherman
2006
99
Farragut
2006
100
Kidd
2007
101
Gridley
2007
102
Sampson
2007
103
Truxtun
2009
104
Sterett
2008
105
Dewey
2010
106
Stockdale
2009
107
Gravely
2010
108
Wayne E. Meyer
2009
109
Jason Dunham
2010
110
William P. Lawrence
2011
111
Spruance/font>
2011
112
Michael Murphy
2012
Flight III
113
?
1991
114
?
?
115
?
?
Flight IV
?
?
?
Afmetingen
153,9 (Flight I en II) 155,3 (Flight IIA e.v.) x 18 x 9,3
Max. waterverplaatsing
8.362 ton (Flight I)
8.776 ton (Flight II)
9.648 ton (Flight IIA e.v.)
Max. snelheid
30+ knopen
Bemanning
300 - 380
Voortstuwing
4x General Electric LM 2500-30 gasturbines
Wapensystemen (Varieert)
127 mm/54 Mk-45 Mod 1/2 (Flight I, II en nrs 79 t/m 80)
127 mm/62 Mk-45 mod 4 (vanaf nr 81)
Phalanx Close In Weapon System (t/m nr 84)
4x 12,7 mm machinegeweren
MK-38 25mm machinegeweren
Standard Missile (SM-2MR, SM-3, ERAM)
Evolved Sea Sparrow Missile (ESSM) (vanaf Flight IIA)
Boeing Harpoon (Flight I en II)
Raytheon Tomahawk
Vertical Launch ASROC
MK-46 of MK-50 torpedo's
Sensoren
SPY-1D 3D luchtbeeldradar
SPG-62 vuurleidingsradars
SPS-64(V) navigatieradar
SPS-67(V)3 zeebeeldradar
SPS-73(V) zeebeeldradar
Kollmorgen Mk 46 Mod 1 Electro-Optical Director
SQS-53C rompsonar
SQR-19B gesleepte sonar (Flight I en II)
Helikopters
2x MH-60R Seahawk (vanaf Flight IIA, de eerdere schepen hebben alleen een helidek en geen hangar)