Mijnendienst

Bookmark and Share
Laatst aangepast: 19-12-2009

De hoofdtaak van de mijnendienst bestaat uit het mijnenvrij houden van de zee, de kustwateren en havenmondingen.

Het varende materieel van de mijnendienst bestaat uit tien mijnenjagers van de Alkmaarklasse en vier duikvaartuigen van de Cerberusklasse. Verder beschikt zij over duik- en demonteergroepen die onder meer door vissersschepen opgeviste explosieven onschadelijk maken. Mijnenbestrijdingsvaartuigen kunnen ook worden ingezet om bijvoorbeeld gezonken schepen of overboord geslagen lading op te sporen.


Hr.Ms. Scheveningen

marine

De mijnenjagers van de Alkmaarklasse zijn samen met België en Frankrijk ontwikkeld, tijdens het zogenaamde "Tripartite project". De Franse en Belgische marne varen daarom met gelijksoortige mijnenbestrijdingsvaartuigen. Ook de modernisering van deze schepen wordt in hetzelfde samenwerkingsverband uitgevoerd.


BNS Crocus (België)


FS Lyre (Frankrijk)

International samenwerking
De Belgische Zeemacht en de Koninklijke Marine beschikken over een gemeenschappelijke mijnbestrijdingsschool in Oostende. Nederlandse en Belgische instructeurs geven hier les aan militairen van beide landen en aan die van overige NAVO-partners en bevriende naties. De mijnenbestrijdingsshool (Eguermine) wordt gezien als de beste mijnenbestrijdingsschool ter wereld (Warships International Fleet Review, oktober 2003).

Een ander voorbeeld van de internationale samenwerking is de inzet van mijnenbestrijdingsvaartuigen plus de duik- en demonteergroepen ten behoeve van VN-operaties. Dit gebeurde onder meer in de Perzische Golf en in Cambodja. Op permanente basis is een Nederlandse mijnjager ingedeeld in het NAVO-mijnbestrijdingsverband Standing NATO Maritime Counter Measures Group 1 (SNMCMG1). Dit NAVO verband zorgt in tijden van vrede en oorlog voor een permanente mijnenbestrijdingscpaciteit. Eerder stond dit verband bekend onder de naam Mine Countermeasures Force Northern Europe (MCMFORNORTH) en daarvoor als Standing Naval Force Channel (STANAVFORCHAN), en is opgericht in 1973.

Geschiedenis van de zeemijn
Als men de huidige definitie hanteert van een zeemijn, kunnen de Amerikaanse uitvinders Bushnell en Fulton als de vaders van de mijn beschouwd worden. Hun hersenspinsels tijdens de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd tegen de Engelsen waren niet effectief, maar wel een stap in de goede richting. Pas toen een andere Amerikaan, Samuel Colt (meer bekend van zijn werk aan revolvers) een mijn demonstreerde kwam er meer interesse. Hij demonstreerde namelijk op 8 juli 1842 in de haven van New York hoe een gecontroleerde elektrische mijn het afgedankte marineschip Boxer tot zinken kon brengen.

Ook Nederland kreeg interesse. Kapitein ingenieur Schafer van de Landmacht ging zich in 1847 bezighouden met het beproeven van watermijnen. Vervolgens werd er een commissie ingesteld: de Commissie ter Beproeving van Watermijnen. Schafer werd als deskundige toegevoegd aan deze commissie.
In eerste instantie was de aandacht gericht op mijnen en torpedo's (dat was in die tijd nog hetzelfde, een torpedo die door het water "zwemt" zoals we die nu kennen, heette toen een "vistorpedo") die door een elektrische schok zouden ontploffen zodra een schip geraakt zou worden.
Bij de Pyrotechnische Werkplaats was (als gevolg van het werk van de commissie) in april 1865 de eerste verankerde contactmijn van Nederlandse makelijk gereed. De mijn was nog zeer prinitief van samentelling: een waterdichte kruitkist van plaatijzer met een daing van 75 kg buskruit. Het principe van de afvuring is gabaseeerd op een vindein van de Belgische officieren Carette en Bupont, die al in 1861 proeven namen met een mijn. Het afvuurmechanisme bestond uit een "voelrad", gemonteerd op een koperen stang. Deze stang werd bij een aanvaring uit de stand gedrukt en het contact tussen de stang en de rand van de mijnbol zorgde voor een electrische lading, die de mijn deed ontploffen.

Naast het afvuursysteem met een elektrische schok werd ook een ander soort afvuurmechanisme beproeft: de "Ramstedhoorn". Dit was een uitvinding van de Russische kolonel Ramsted, waarbij een buisje gevuld met kalium de mijn laat ontploffen zodra het tegen een schip stoot.

Begin Mijnendienst
In die periode bestond er overigens nog geen Mijnendienst, maar wel een Torpedodienst. Al is de Torpedodienst (waar dus ook het ontwikkelen van zeemijnen onder viel) pas in 1875 officieel onderdeel geworden van de Koninklijke Marine.

De beproevingen van de nieuwe mijnen vonden plaats aan boord van de stoomkanonneerboot Zr.Ms. Hadda, die op de Rijkswerf te Amsterdam (tegenwoordig de marinekazerne, naast het scheepvaartmuseum, toen een magazijn) werd ingericht voor proeven met mijnen. Dit schip is de eerste Nederlandse mijnenlegger en was nadat het was omgebouwd als mijnenlegger in 1906 in dienst gesteld.


Zr.Ms. Hadda, een onhandig en vreemd schip.

Bij beproevingen worden ook buitenlandse mijnen gebruikt. De mijnen van de Franse firma Sautter Harlé et Cie te Parijs voldeden en in 1907 werd een contract gesloten. De Rijkswerkplaatsen mogen de mijnen zelf gaan maken, waarbij voor iedere mijn 500 francs aan het Franse bedrijf betaald moet worden. Deze mijn is ook bekend als de Mijn 1907. Het afvuurprincipe bestond uit een slingergewicht, dat door de schok van een aanvaring met een schip zorgde voor een elektrisch contact en de mijn deed ontploffen. Deze mijn moest overigens regelmatig opgevist worden om de mijn te controleren en eventueel te repareren. Dit was een gevaarlijk karwei en ging zo nu en dan mis (met dodelijke slachtoffers tot gevolg).


In het begin van de Mijnendienst of Torpedodienst werd zelden gedacht aan het ruimen van mijnen. Vooral de mijnenlegger spelde een grote rol, maar dan ook vooral voor de verdediging van ons land. Terwijl andere landen de mijn juist gebruikten als aanvalsmiddel, om met behulp van onderzeeboten of snelle mijnenleggers mijnen te leggen voor de vijandelijke kust.
Tot de Tweede Wereldoorlog was er maar één type mijn: de verankerde mijn die ontplofte zodra het een schip raakte. Deze verankerde mijn dreef onder het wateroppervlak en was verankerd met een stalen ketting aan de bodem. Deze mijnen konden eenvoudig geveegd worden door stalen mijnenvegers. Later werden de magnetische en akoestische mijnen ontwikkeld. De akoestische mijn ontploft door het geluid van een schip, de magnetische doordat een stalen schip een magnetisch veld om zich heen heeft. Hierdoor moesten de mijnenbestrijdingsvaartuigen van hout (of later van kunststof) gemaakt worden en konden niet meer vegen (want hierbij vaart het schip over de mijn en snijdt de ketting door, maar de akoestische mijn ontploft zodra deze het schip "hoort").

Pas na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) werd serieus nagedacht over het vegen van mijnen. Dit moment kwam toen men zich realiseerde dat de duizenden mijnen die tussen Schotland en Noorwegen waren gelegd door de geallieerden, ook nog opgeruimd moesten worden.
Nederland had in die tijd (1918) geen mijnenvegers. Daarom werden vier grote zeeslepers gekocht. Op de Rijkswerf te Willemsoord (Den Helder) werden deze schepen omgebouwd tot mijnenveger en genaamd M1, M2, M3 en M4. Jarenlang vormden deze scheepjes de enige afweer tegen mijnen. Zij waren onregelmatig in en uit dienst.



Intelligente mijnen
Er zijn op dit moment twee soorten zeemijnen te onderscheiden: de mijn die op de zeebodem ligt en mijnen die verankerd zijn aan de zeebodem en in het water "zweven".

Deze soorten zijn verder onder te verdelen naar het afvuurmechanisme. Het bekendste mechanisme is die waarbij de mijn in contact komt met een schip en daarna ontploft. Een voorbeeld hiervan is de gehoornde contactmijn, deze werd in de Tweede Wereldoorlog al gebruikt. Een ander mechanisme is de invloedsmijn. Dit mechanisme wordt vooral gebruikt voor mijnen die op de zeebodem liggen. De mijnen ontploffen dan bijvoorbeeld door het geluid, magnetisch veld of de waterdruk van een schip. De laatste variant is de mijn die na een commando van een persoon ontploft.


Contactmijn, de bol drijft aan een ketting onder het wateroppervlak, de ronde "bak" waar de mijnen nu in zitten blijft op de zeebodem staan.

Alle drie mechanismen hebben voor- en nadelen. De contactmijnen zijn het goedkoopst, maar kunnen ook het makkelijkst worden gevonden en geveegd. Ook akoestische mijnen kunnen vrij gemakkelijk onschadelijk worden gemaakt.
Om deze redenen hebben de meeste moderne mijnen verschillende manieren waarop zij kunnen ontploffen. Zo kan een akoestisch/ magnetische mijn eerst een doel detecteren door middel van het geluid en daarna controleren of dit inderdaad wel het juiste doel is aan de hand van het magnetisch veld. Ter aanvulling op deze combinatie van afvuurmechanismen, is de drukmijn ontwikkeld. Als een schip over een mijn vaart, verandert de druk op dat moment (deze wordt kleiner). De mijn zal dan ontploffen. De druk die verandert is niet na te bootsen. Dit voorkomt dat een onderwaterrobot de mijn onschadelijk kan maken door er over heen te varen, omdat deze robot een kleinere waterverplaatsing heeft.

Een andere nieuwe ontwikkeling op gebied van zeemijnen is de techniek die het mogelijk maakt voor mijnen om schepen te herkennen. Bijvoorbeeld door het tellen van het aantal assen en schroefbladen en dit te vergelijken met de gegevens die in het geheugen van de mijn staat. Dit tellen van schroefbladen en assen is gebruikelijk aan boord van onderzeeboten, maar nieuw in mijnen.
Een nieuwe ontwikkeling is verder dat bepaalde mijnen geprogrammeerd kunnen worden om een aantal schepen voorbij te laten varen, alvorens te ontploffen bij bijvoorbeeld het vijfde schip. Hierdoor merkt het konvooi, het eskader of de groep schepen pas dat ze in een mijnenveld zijn beland als ze er helemaal in zitten.

Stealth deed voor het eerst zijn intrede in vliegtuigen, later volgden schepen en helikopters. Inmiddels is ook de mijn aan de beurt. Dit betekent niet overigens dat de mijn per se heel hoekig is, zoals bijvoorbeeld de schepen en vliegtuigen. De Manta mijn uit Italië is bijvoorbeeld een vrij platte kegel. Deze mijn is heel moeilijk te vinden met behulp van zelfs de beste sonars. De Manta is na een week nauwelijks meer met het blote oog te zien door het zout en eventuele begroeing en heeft een levensduur van 20 jaar. 5.000 Manta mijnen zijn verkocht door SEI over de hele wereld. Ook Saab Bofors Dynamics heeft een stealth mijn ontwikkeld: Rockan. Deze is nauwelijks te vinden door de hoekige vorm en door het feit dat de behuizing van kunstof is, waardoor het ook geen nut heeft voor een mijnenjager om naar een magnetisch veld te zoeken.

Bovenstaande mijnen ontploffen zodra ze op een of andere manier een prikkel krijgen. Er zijn echter ook mijnen die een torpedo afvuren en een bepaald doel uitzoeken. Er zijn er zelfs (van Russische makelij) die raketten afvuren.

marine quiz

Mijnen(bestrijding) en Nederland
Zoals hierboven is te lezen, is mijnenbestrijding nog steeds actueel. Nederland heeft geen mijnenleggers en geen mijnen. Veel andere landen wel. Maar ook in vredestijd is er nog veel te doen voor de Mijnendienst. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn in West-Europa 650.000 mijnen gelegd. Duizenden mijnen liggen nog steeds in de Noordzee en regelmatig belandt er een mijn in de netten van een visser. Daarnaast is de zeebodem vlak en rollen mijnen in de vaargeul, dit levert gevaar op voor scheepverkeer.
Dat veel andere landen bereid zijn om zeemijnen in te zetten is goed te verklaren: het is een zeer eenvoudige en goedkope verdeding. De vijand weet niet of en waar er mijnen liggen voor de kust en dus levert dat vertraging op. Soms zelfs slachtoffers, hieronder een lijstje van recente slachtoffers van de Amerikaanse marine in de Perzische Golf:


USS Samual Roberts
Schade: 96 miljoen dollar
Type mijn: contactmijn
Kosten mijn: 1500 dollar
Zie ook het boek: No Higher Honor: Saving the USS Samuel B. Roberts in the Persian Gulf


USS Tripoli
Schade: 4 miljoen dollar
Type mijn: contactmijn
Kosten mijn: 1500 dollar


USS Princeton
Schade: 24 miljoen dollar
Type mijn: manta mijn
Kosten mijn: 10.000 dollar

Mijnenbestrijding bleek ook actueel en noodzakelijk tijdens de oorlog in Irak in 2003. De vaarroute richting de havenstad Umm Qasr was versperd door mijnen en moest vrij gemaakt worden. Ook tijdens de Golfoorlog in 1991 heeft de Koninklijke Marine veel mijnen geruimd. Andermaal een bewijs dat zonder mijnendienst een vloot zich niet kan verdedigen tegen mijnen en dus defensief zwak is (als mijnen voor de Nederlandse kust zouden worden neergelegd, zou zonder mijnendienst geen handel kunnen worden gevoerd en de marine niet kunnen uitvaren). Maar ook offensief zwak is, als schepen met mariniers naar de kust willen varen om te landen, maar er liggen mijnen, kan dit niet doorgaan zonder mijnenjagers.

Literatuur:
Jane's Navy International
Volume 108, Number 5, June 2003, pag. 14-21.

90 jaar Mijnendienst
Kapitein ter Zee b.d. B. Roetering
Casparie, Heerhugowaard
1997



Menu
De zee en haar betekenis
Taken van de marine
Korps Mariniers
Mijnendienst
Onderzeedienst
Dienst der Hydrografie

Marine uniformen
Rangen en standen

Gerelateerde artikelen
Mijnenjagen of -vegen?
Alkmaar klasse
Aster klasse

Mijnenjagers weer op jacht