Laatst aangepast: 06-03-2012
Hr.Ms. Rotterdam (L800) is het eerste LPD (Landing Platform Dock) van de Koninklijke Marine. Het LPD heeft haar naam te danken aan de grote historische verbondenheid van het Korps Mariniers met de stad Rotterdam.
Hr.Ms. Rotterdam (Foto: AVDD)
Historie
De Koninklijke Marine draagt zorg voor veiligheid op en vanuit zee. Maritieme operaties vanaf zee gericht op het land behoren tot de kerntaken. Tot 1998, het jaar waarin de Rotterdam in dienst gesteld werd, had de vloot echter geen amfibische middelen. Het Korps Mariniers maakte tijdens haar lange amfibische historie gebruik van koopvaardijschepen, bevoorradingsschepen of buitenlandse amfibische marineschepen. Naarmate de taak van de marine en het Korps Mariniers gedurende de jaren '60 wijzigde door de Koude Oorlog, werd de behoefte aan een eigen amfibisch platform steeds groter. De samenwerking met de Britten was weliswaar uitstekend, het vervoer van mariniers met bijv. Hr.Ms. Zuiderkruis (max 150 man provisorisch op elkaar gedrukt) was goed bedoeld, maar dit paste niet bij de verwachtingen waar de KM en de mariniers zelf aan moesten voldoen in tijden van crisis.
Reeds in 1975 constateerde de toenmalige commandant van het Korps Mariniers dat de "slagkracht landinwaarts" bij de marine weliswaar erkend werd, en dat men daar mariniers voor wil inzetten, maar dat het ontbrak aan een eigen amfibisch platform om de mariniers plus materieel te vervoeren.
Gaandeweg raakten steeds meer mensen overtuigd van het nut en noodzaak van eigen amfibische schepen. Snel overal ter wereld kunnen optreden begon namelijk steeds belangrijker te worden. Het ging dan niet in de eerste plaats om een totale oorlog waarbij mariniers de stranden moesten bestormen zoals in Normandië 1944, maar om een enorm scala aan missies. Dus ook hulpacties na een natuurramp en crisisbeheersing.
Het Britse Landing Platform Dock HMS Fearless was eigenlijk de voorganger van Hr.Ms. Rotterdam. Veel Nederlandse mariniers zijn door de jaren heen vervoerd met dit (oude) schip. (Foto: Wikipedia)
Ontwerp en bouw
De eerste ontwerpen dateren van 1984. Schepen variërend van 4.000 tot 12.000 ton werden getekend, maar pas in 1988 werd een eerste uitgebreide studie gedaan naar een Amfibisch Transport Schip (ATS). Het accent moest liggen op crisisbeheersing en daarom kon met een minimale zelfverdediging worden volstaan. Ook werden civiele normen en voorschriften gehanteerd, in verband met verbeterde leefbaarheid en verlaging van kosten.
Het ATS had begin 1990 een waterverplaatsing van 8.000 tot 9.000 ton.
De inkt was nog niet droog of het Warschaupact (militair bondgenootschap van communistische landen in Oost-Europa) viel uit elkaar. De spanning van de Koude Oorlog nam af. De behoefte aan een ATS bleef, maar wijzigde. Bovendien bleek dat Spanje ook interesse had in een dergelijk schip en met de Spanjaarden was eerder goed samengewerkt bij de bevoorradingsschepen Hr.Ms. Amsterdam en de Spaanse Patino klasse.
Het tekenpapier werd er weer bijgehaald en de eisen werden aangepast. Eén van de gevolgen was dat het schip groeide tot 11.000 ton; voor de Spaanse landingsboten moest het twee meter breder worden. De sensoren, wapens en computers aan boord heeft ieder land afzonderlijk bepaald en aangeschaft.
In april 1994 gaf de marine opdracht aan de Koninklijke Schelde Groep (tegenwoordig Damen Naval Shipbuilding) voor de bouw van het Amfibisch Transport Schip. Op 25 januari 1996 werd de kiel van de Rotterdam gelegd, een half jaar later volgde in Spanje de kielleging van zusterschip Galicia. Het tweede Spaanse ATS volgde een jaar later.
Taken
Tot de hoofdtaken van Hr.Ms. Rotterdam behoren transport en het zelfstandig kunnen afzetten van een grote groep mariniers met de daarbij behorende uitrusting en voorraden voor 10 dagen. Er is ruimte voor 595 mariniers, plus voertuigen, uitrusting en munitie.
Hr.Ms. Rotterdam kan de mariniers 30 dagen lang aan boord geheel zelfstandig ondersteunen. Daarvoor is voldoende voeding aan boord, zijn recreatieruimtes, zijn er voldoende administratieve voorzieningen, fitness- en onderhoudfaciliteiten.
Naast de hoofdtaak van Hr.Ms. Rotterdam kan het schip ingezet worden voor diverse andere doeleinden zoals:
- Schip voor helikopters tegen onderzeeboten.
- Transportschip voor land- en luchtmacht uitrustingen.
- Ondersteuning voor mijnenjagers.
- Ondersteuning voor operaties tegen terroristen.
- Ondersteuning van vrede-bewakingstaken en evacuatie operaties.
- Ondersteuning bij milieurampen.
De Rotterdam heeft commandofaciliteiten om een landing te coördineren. Het transport van schip naar land kan met de vaartuigen die dankzij het dok uit kunnen varen, met helikopters of (via de laadklep) met voertuigen.
Het helidek is bijna 60 meter lang en 25 meter breed; groot genoeg om twee helikopters gelijktijdig te laten landen en/ of opstijgen.
Het schip is verder voorzien van liften voor goederen en een kraan. Hr.Ms. Rotterdam is in staat om in praktisch iedere haven zelfstandig te laden en te lossen.
Hr.Ms. Rotterdam heeft een uitgebreid hospitaal aan boord. Hierin bevinden zich 2 operatietafels, 10 intensive-carebedden, behandelingkamers en een noodziekenboeg voor ongeveer 100 gewonden. Het schip kan in oorlogstijd eenheden medische hulp verlenen, maar ook kan het na een natuurramp snel ter plaatse zijn als drijvend ziekenhuis (met helikopterplatform). Ook kan het als gewondentransportschip ingezet worden bij evacuaties.
Inzet en oefeningen
Hr.Ms. Rotterdam was net in dienstgesteld toen het in december 1998 werd ingezet voor vervoer van Nederlandse eenheden naar Macedonië. In 1999 speelde het schip een belangrijke rol in de operatie Allied Harbour, een hulpoperatie van de NAVO in Albanië. De Rotterdam fungeerde als transportschip voor het Korps Mariniers en de landmacht, en transporteerde daarom grote hoeveelheden materieel van en naar Albanië.
In het kader van United Nations Mission in Ethiopia and Eritrea (UNMEE) ondersteunde Hr.Ms. Rotterdam in 2000 het Nederlands-Canadese Bataljon. De kern van de Nederlandse eenheid werd gevormd door het Korps Mariniers.
In 2003 vertrok Hr.Ms. Rotterdam naar Liberia in het kader van United Nations Mission in Liberia (UNMIL). Het LPD maakte deel uit van een vredesmacht die de burgers van Libera moest beschermen na een jarenlange burgeroorlog. De L800 was in 2006 op weg naar de West voor de multinationale oefening Joint Carribean Lion bij Aruba en Curacao toen Suriname geteisterd werd door overstromingen. Het schip heeft toen met de vier Lynx helikopters aan boord intensief hulp geboden.
Hr.Ms. Rotterdam was in 2011 het eerste LPD dat als stationsschip in de West fungeerde. Normaal gesproken doen fregatten dit werk, maar door een tekort aan fregatten heeft een LPD dit moeten doen. Daar is dankbaar van gebruikgemaakt door de mariniers in de West, die nu kans zagen om uitgebreid amfibische operaties te oefenen op de stranden van Aruba en Curacao.
Op 11 juni 2008 gaf Kane een exclusief concert aan boord van Hr.Ms. Rotterdam.
Het grote helikopterdek van Hr.Ms. Rotterdam biedt veel ruimte om met helikopters snel mariniers en/ of goederen aan- en af te voeren.
Het helidek is ook geschikt voor voertuigen.
Ook op deze foto is het dok volgelopen met water en vaart een landingsvaartuig naar buiten. Deze foto is genomen tijdens de proefvaart. Dat is te zien aan het ontbreken van de lijnen op het helikopterdek en de letters "RD" die staan voor Rotterdam.
Een foto in het dok van Hr.Ms. Rotterdam. Dit deel kan men vol laten lopen met water, zodat landingsvaartuigen naar binnen en naar buiten kunnen varen. Achter het deel dat omhoog loopt staan voertuigen, deze staan verder voor in het schip. De uitgang van het dok bevond zich achter de fotograaf.
Zodra de landingsvaartuigen naar binnen zijn gevaren, wordt het water uit het dok gelaten. Op zee is het zeer gevaarlijk om een dergelijke hoeveelheid water aan boord te hebben, het schip kan instabiel worden.