De FREMM of Aquitaine klasse schepen zijn multi-mission schepen die in staat zijn om zowel aan onderzeebootbestrijding te doen, oppervlakteoorlogvoering (schepen en landdoelen) en luchtverdediging. FREMM staat daarom voor: Frégate multi-mission. De eerste Franse FREMM draagt de naam Aquitaine en daarom is dat tevens de naam van de klasse.
De 11 FREMM's moeten de F67 Tourville klasse fregatten en de F70 Georges Leygues klasse fregatten vervangen. De Franse marine krijgt twee versies: 9 FREMM's met de specialisatie voor onderzeebootbestrijding en 2 met extra luchtverdedigingsmiddelen.
FS Aquitaine (D650) tijdens de proefvaart in 2011 (foto: DCNS)
Oorsprong
Zoals vaker is voorgekomen zijn deze schepen een ontwerp van twee landen: Frankrijk (DCNS) en Italië (Fincantieri). De oorsprong is te vinden in een overeenkomst voor samenwerking op militair nieuwbouw gebied tussen beide landen die stamt uit 1983. Andere projecten zijn bijvoorbeeld de NH-90 helikopter (waar NL ook aan meedoet), de MU90 torpedo en de Horizon klasse destroyers. Hierdoor verschillen de Italiaanse en Franse FREMM's op een klein aantal punten.
De Franse scheepswerf DCNS heeft ruime ervaring met geavanceerde stealth schepen. Denk dan bijvoorbeeld aan de Formidable klasse van de Singaporese marine, maar ook voor Saudi-Arabië en voor Frankrijk zelf heeft de werf veel gebouwd. In 2000 men begonnen aan een opdracht van de Franse en Italiaanse marine voor een nieuw fregat. Toen de eerste schetsen in 2002 werden goedgekeurd, tekenden beide regeringen voor maar liefst 27 fregatten (17 voor Frankrijk, 10 voor Italië).
In de periode 2003-2005 werd tussen beide landen stevig gediscussieerd over uiteenlopende onderwerpen omdat de schetsen en wensen van beide landen niet identiek waren (eeuwig probleem van internationale samenwerking). De verschillen hadden vooral betrekking op de romp, voortstuwing en radars. Uiteindelijk werden de twee landen het in 2005 eens en lag er een nieuw ontwerp waar iedereen zich in kon vinden.
Oorspronkelijk zouden de 17 Franse schepen 6,5 miljard euro kosten (ongeveer net zoveel als het schamele Nederlandse defensiebudget voor 2011). Maar toen bleek dat de kosten hoger zouden uitvallen en neer zouden komen op 8,25 miljard, greep de Franse regering in. Het aantal schepen werd teruggebracht tot 11 stuks voor 7 miljard; in plaats van 325 miljoen euro gingen de FREMM's nu voor 636 miljoen euro per stuk over de toonbank.
Waar (leken) in Nederland vaak lacherig doen over het belang van onderzeebootbestrijding, tellen zowel Frankrijk als Italië miljarden neer voor schepen die extra onderzeebootbestrijdingsmogelijkheden hebben. Beide landen hebben een goed beeld van de dreiging onder water.
In 2007 is begonnen met de bouw van de eerste FREMM: de Aquitaine. Dit schip heeft begin 2011 zijn eerste proefvaart ondergaan en zal in 2013 in dienst worden gesteld. Het werk aan deze fregatten zal doorgaan tot de laatste FREMM rond 2022 in dienst wordt gesteld.
Export
De FREMM klasse heeft al eerste successen weten te boeken; de Marokkaanse marine heeft één fregat besteld. De Griekse marine kondigde in 2009 aan 6 fregatten te willen, ter vervanging van de Elli klasse (Nederlandse S-fregatten uit de jaren '80). Dat aantal werd in 2011 teruggebracht tot 4 fregatten door de economische crisis in Griekenland. De Grieken hebben een enorme kustlijn (waardoor het lastig is de Europese grenzen te bewaken) en leven al jaren op gespannen voet met Turkije dat stevig investeert in haar marine. De Fransen bieden de schepen tegen een lagere prijs aan dan de schepen voor de eigen marine (zie hierboven) en de Grieken mogen ook gespreid betalen. Het Franse aanbod en de Griekse interesse leidden vervolgens tot onbegrip en boze reacties uit de hele wereld.
Ontwerp
De fregatten hebben een lengte van 142 meter en een water verplaatsing van 6.000 ton. Dit is vergelijkbaar met de Nederlandse LCF, ze zijn echter één keer zo zwaar als de M-fregatten en 20 meter langer. De FREMM's zouden daarom evengoed gezien kunnen worden als destroyers of torpedobootjagers.
De lengte van 142 meter is een voordeel als het gaat om zeewaardigheid en snelheid. Grotere schepen kunnen meer meenemen en kunnen dus langer zonder bevoorrader of havenbezoek. Daarnaast is er ruimte vrijgehouden om in de toekomst systemen bij te plaatsen.
De grootte van de schepen is ook gebruikt om de bemanning betere voorzieningen te geven: ruimere hutten en extra's voor de vrije uren. In tegenstelling tot wat gebruikelijk is, slapen, eten en ontspannen de bemanningsleden niet in ruimten verspreid door het schip, maar is dit zoveel mogelijk geconcentreerd in het midden van het schip. Dat is ook makkelijker voor onderhoud in andere ruimten. Bovendien zijn de gangen in deze nieuwe fregatten breder en zijn de ruimten met apparatuur groter opgezet, waardoor deze beter toegankelijk zijn voor reparaties, onderhoud en vervanging.
Een belangrijk onderdeel van het ontwerp was het verminderen van de werklast voor de bemanning. Om de belangrijke taken voor het varen en vechten met het schip te optimaliseren, is veel aandacht besteed aan gebruiksvriendelijkheid van het schip (denk aan de computers in de commandocentrale en op de brug). Dit verkleint de kans op ongelukken en zorgt ervoor dat minder mensen hetzelfde werk kunnen doen.
Op de brug is zoals gebruikelijk alles aanwezig om te navigeren, sturen en communiceren, maar ook de functionaliteiten die normaalgesproken in de Technische Centrale zijn terug te vinden. Denk aan het bedienen en controleren van alle technische systemen en (brand)beveiliging.
De missie lijkt geslaagd, want dit enorme fregat heeft slechts 108 bemanningsleden. Dat zijn er 100 minder dan op het LCF (dat bekend staat als een klasse met weinig bemanningsleden) en 200 minder dan de Amerikaanse Arleigh Burke klasse. Dat scheelt behoorlijk in de kosten, maar levert ook risico's op bij brand en in oorlogssituaties.
Zoals te verwachten van de Franse ontwerpers is stealth weer ver doorgevoerd om zichtbaarheid voor radars te minimaliseren. Een andere trend die is voortgezet, betreft de voortstuwing: voor zeer stille vaart (onderzeebootbestrijding) hebben de schepen elektromotoren die de assen aandrijven. Maximale vaart is dan 15 knopen.
Al met al lijken de ontwerpers goed hun werk te hebben gedaan. De schepen zien er prachtig uit, let vooral op de fraaie karakteristieke boeg. De geclaimde prestaties voor wat betreft (een aantal) sensoren en wapensystemen zijn veelbelovend.
Wapensystemen
De bewapening van de fregatten is goed op orde. Vooral de capaciteiten om landdoelen aan te vallen is uitgebreider dan bij veel andere Westerse fregatten. Het belangrijkste wapen is de SCALP Naval, ook wel MdCN genoemd. Dit stealth kruisvluchtwapen ontwikkeld door MBDA is in staat om doelen diep landinwaarts te treffen dankzij het bereik van meer dan 1.000 km (1 meter nauwkeurig). De SCALP is de maritieme variant van de Storm Shadow, een kruisvluchtwapen dat door vliegtuigen wordt gelanceerd. De Storm Shadow is sinds 2002 operationeel, de SCALP zal in 2013 aan boord staan. De kruisvluchtwapens worden gelanceerd vanuit de SYLVER A70 VLS (verticale lanceerinrichting). Op de negen Aquitaine fregatten met onderzeebootbestrijding als specialiteit staan 16 van deze wapens.
De land-attack capaciteit van de schepen wordt versterkt door de Exocet MM40 Block 3. Deze verbeterde Exocet heeft een bereik van 180 km en de mogelijkheid om landdoelen aan te vallen. De Exocet staat op alle Aquitaine's. De Exocets staan in canisters in de midscheeps.
Tegen luchtdoelen beschikken de schepen over 16 Aster 15 raketten. De twee luchtverdedigingsschepen hebben ook 16 Aster 15 raketten, maar in plaats van 16 SCALP's hebben zij 16 Aster 30 raketten. Beide raketten zijn grotendeels gelijk, maar de Aster 30 is sneller (Mach 4 vs Mach 3), wendbaarder en heeft een groter bereik. De twee raketten hebben een eigen radar; de positie die de scheepsradar weet van het doel wordt aan de raketten doorgegeven, maar tijdens het laatste deel van de vlucht kunnen de missiles zelf het doel opzoeken.
In totaal is er dus plaats voor 32 verticaal gelanceerde projectielen in de SYLVER A70 VLS. Er is ruimte vrijgehouden om extra VLS cellen bij te plaatsen, zodat het aantal op 48 komt.
Natuurlijk hebben de schepen ook kanons. Op de bak staat de bekende 76 mm OTO Melara Super Rapid, geschikt voor zeedoelen en evt luchtdoelen.
Verder hebben de schepen 12,7 mm machinegeweren, in de toekomst uit te vervangen door op afstand bestuurbare 20 mm machinegeweren. Deze machinegeweren worden ingezet tegen piraten, snel inkomende bootjes (FIAC's) en laag en langzaam vliegende doelen.
Het wapen tegen onderzeeboten is de MU90 torpedo, plus uiteraard de NH-90 boordhelikopter.
Opvallend is het ontbreken van een CIWS zoals de Goalkeeper, Phalanx of RAM. Als een modern kruisvluchtwapen door de Aster 15 verdediging komt, heeft het schip geen weerwoord meer.
Sensoren
De geavanceerde Thales Herakles passive phased-array multi-function radar kan vliegtuigen en raketten op 250 km afstand detecteren en volgen. Aan deze sensor zijn de Asters gekoppeld. Als de raket wordt gelanceerd krijgt hij van het schip tijdens de vlucht een aantal keer van informatie door via zogenaamde up-links.
Om onderzeeboten op te sporen heeft de Aquitaine klasse de Thales UMS 4410 CL boegsonar. Aanvullend hebben de onderzeebootbestrijdingsversies de Thales CAPTAS UMS 4249. Dit is een gecombineerde actieve en passieve gesleepte sonar die zeer lage frequenties kan bereiken en verstelbaar is in diepte (LFAS en VDS).
Foto en film
Uitstekende virtuele rondleiding van DCNS door een FREMM fregat.
FS Aquitaine tijdens proefvaart. De hoge mast is ideaal voor het ontvangen van bijvoorbeeld radarsignalen. (foto: DCNS)
Hier is de bijzondere boeg weer van een andere kant te zien. Achter het kanon zijn de SYLVER VLS cellen geplaatst voor Aster en SCALP wapens. Er is rekening gehouden met eventuele plaatsing van 16 extra cellen. (Foto: DCNS)